Mahmoud Tighadouini bij Pauw

Voormalig geradicaliseerde jongere doet zijn verhaal bij Pauw

Bij Pauw schoof woensdagavond de voormalig geradicaliseerde jongere, nu inmiddels dertig, Mahmoud Tighadouini  aan. Hij vertelt over zijn ervaringen en geeft inzicht in hoe het radicaliseringsproces enigszins verloopt. De omslag kwam voor hem, als 18-jarige jongen, na de aanslagen op de Amerikaanse World Trade center en het verhitte debat dat toen wereldwijd ontstond, ingeleid door Bush met de woorden ‘ben je voor of tegen ons’.

Volgens Mahmoud voelde het alsof hij een kant moest kiezen. Hij voelde zich aangevallen door de manier waarop de islam en mensen met een moslimachtergrond geframed werden en zocht heil in het geloof. Hij verdiepte zich in de religie om te ontdekken wat zijn achtergrond was, en kwam zodoende op verkeerde wegen terecht.

De ronselaars in de buurt – onder andere aangesloten bij Sharia4Belgium –  kregen Mahmoud in het vizier en indoctrineerden hem door middel van filmpjes van het leed in het Midden-Oosten. Zij pretendeerden islamgeleerden te zijn maar predikten enkel wraakzucht, haat en agressie richting het ‘kwade Westen’. De jihad en aanslagen zouden een afstraffing zijn voor de ongelovigen en de oorlog die zij voerden tegen hun ‘moslimbroeders’.

Ik ging me terugtrekken. Ik heb van mijn beste vriend – een Nederlandse jongen –  afstand genomen. Ik keerde me af tegen het Westen dat bezig was met mijn broeders en zusters te vermoorden. Ik voel me nu Nederlands maar toentertijd was het niet zo. Ik was de Nederlander in Marokko en de Marokkaan in Nederland . Ik wist niet wat ik was en ineens kwam er iemand die zei ‘je bent een moslim, dat is je identiteit’. Op een gegeven moment ga je mensen haten en zie je ze niet meer als mensen. Je creëert een vijandig beeld in je hoofd.

Mahmoud licht verder toe hoe je emoties door de ronselaars afgestompt worden en je tot een machine omgevormd wordt die enkel haat kan voelen voor het Westen en de westerling. Het keerpunt kwam toen hij in het ziekenhuis lag met lymfklierkanker en door Nederlandse chirurgen behandeld werd. Hij besefte dat hij door mensen van vlees en bloed gered werd en kon weer inzien dat de wereld niet zo zwart/wit in elkaar steekt als hij dacht. Vanuit dat punt duurde het deradicaliseren, wat een heel proces blijkt, een jaar of drie.

 

Bron: http://www.joop.nl/videos/voormalig-geradicaliseerde-jongere-doet-zijn-verhaal-bij-pauw

Toneelstuk moet IS op afstand houden

Toneelstuk moet IS op afstand houden

Veel leerkrachten hebben het liever over Duits of wiskunde dan over radicalisering. Daarom ging deze week Jihad de Voorstelling in première. Tienduizend middelbare scholieren gaan het theaterstuk dit jaar zien. En erover praten.

Hoofddoekjes, blonde knotjes, petjes en paarse pieken. Theater de Meervaart in Amsterdam stroomt maandag langzaam vol met scholieren. Iedereen is druk met zijn smartphone. Of met elkaar. Totdat acteurs Saman Amini, Majd Mardo en Chems Eddine Amar het podium oplopen. ‘Willen jullie je mobieltjes én je mond uitdoen?’

Inshallah

Terwijl de acteurs veranderen in de gamende, bankhangende vrienden Ben, Ismaël en Reda uit Almere, wordt het doodstil in de zaal.

‘Heb je de auto verkocht?’
‘Soort van.’
‘Wat soort van? Is-ie verkocht of niet?’
‘Inshallah.’

‘Jaja, inshallah, weet je, dat betekent ook: ik doe niet echt mijn best en als het niet lukt geef ik God de schuld. Als jij die auto niet verkoopt, hebben we geen geld voor vliegtickets.’

Kefirs afknallen

Die tickets hebben de drie hard nodig. Want ze voelen zich geen van allen thuis in Nederland. ‘Als een werkgever moet kiezen tussen Ruud en Reda, wordt het altijd Ruud’, zegt de fanatiek gelovige Ben.

Ze willen naar Syrië. Om kefirs (ongelovigen) af te knallen. ‘Maar eh… hoe herken je die eigenlijk?’ vraagt twijfelaar Ismaël zich af.

Trieste tocht

Wat volgt is een hilarische (‘Het lijkt wel of ik met fokking circus Renz op pad ben!’) en tegelijk trieste tocht naar Syrisch oorlogsgebied.

In de zaal wordt keihard gelachen, gejoeld en, tijdens het heftige slot, oorverdovend gezwegen. Na afloop krijgen de acteurs een enorm applaus.

Een kleurtje

Dan stapt Karim Amghar het podium op. De Rotterdamse docent omgangskunde gaat napraten met de leerlingen. Als hij vraagt wie zich, net als Reda, Ben en Ismaël, niét thuis voelt in Nederland, wordt er onrustig heen en weer geschoven.

Een stuk of tien mensen staan een beetje aarzelend op. ‘Ik voel me gediscrimineerd omdat ik een kleurtje heb’, zegt een jongen. ‘Dat vind ik jammer. Waarom kunnen we niet samen één zijn?’ Gejuich in de zaal.

Eindelijk gehoord

‘Dit soort gesprekken zijn geweldig’, vertelt Amghar na de voorstelling. ‘Het geeft jongeren de ruimte om gehoord te worden. Dat zorgt ervoor dat ze minder snel radicaliseren.’

Volgens de docent wordt er op school te weinig gepraat over onderwerpen als radicalisering. ‘Ik heb van collega’s gehoord dat ze het lastig vinden om over te beginnen. Sommigen melden zich zelfs ziek als er een aanslag gepleegd is. Terwijl praten toch echt de enige oplossing is.’

Van de buren

Jihad de Voorstelling is geschreven door Ismaël Saidi, een Belgische theatermaker van Marokkaanse afkomst. Hij werd zelf ooit geronseld voor de jihad en schreef er later een toneelstuk over. Dat werd een groot succes: in 2014 hebben tienduizenden Belgische jongeren de voorstelling gezien. In Nederland heeft de overheid geld in het project gestopt, zodat honderden scholen dit jaar gratis toegang en een lespakket krijgen.

Goede leraar kan radicalisering voorkomen

Door een hechte band met de docent voelen jongeren zich minder snel afgewezen door de maatschappij. Leraren kunnen een sleutelrol spelen bij de aanpak van radicalisering, met name bij jongeren met een lichte verstandelijke beperking.

Dat zegt onderzoeker Peer van der Helm donderdag in Trouw.

De jongeren zijn vaak ‘bang en boos tegelijk’. Van der Helm, lector aan het Expertisecentrum Jeugd van de Hogeschool Leiden, bracht vele uren door in klassen in het voortgezet speciaal onderwijs.

Vooral allochtone jongeren hebben meestal al een leven vol afwijzingen achter de rug. Ze komen uit gezinnen met schulden, een verslaving of andere problemen, met veel te kleine woningen, zodat ze vaak letterlijk op straat worden gezet.

Radicalisering in school tegengaan

– Een positief leerklimaat verkleint de kans dat kwetsbare jongeren radicaliseren. Docenten in het VSO spelen daarbij een sleutelrol, laat het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden zien op grond van nieuw onderzoek.

 

Momenteel is er veel bezorgdheid over radicalisering van jongeren en niet in de laatste plaats omdat radicale jongeren geweld in onze samenleving niet schuwen. Radicalisering is echter een breed begrip: jongeren kunnen extreme denkbeelden ontwikkelen richting geloof, maar ook richting misdaad, rechts-radicale of links-radicale denkbeelden. De oorzaken van radicalisering liggen vaak in een onderliggend gevoel bij jongeren van achterstelling, onheuse bejegening en boosheid.

Niet alleen gebrek aan kansen

Op 14 locaties van twee grote Amsterdamse schoolgemeenschappen voor voortgezet speciaal onderwijs is door het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden en de Universiteit van Amsterdam in maart 2015 onderzocht in hoeverre het klimaat in de klas samenhing met gevoelens van afwijzing door de maatschappij, crimineel gedrag en probleemgedrag als ongehoorzaamheid en agressiviteit. Jongeren in het VSO zijn vaak argwanend naar instanties, zowel de politie als naar hulpverleners om hen heen, omdat zij denken dat ze ‘hen moeten hebben’ en ‘toch niet echt willen helpen’.

Het gaat daarbij niet altijd om gebrek aan kansen, maar ook om het zichzelf uitsluiten van de maatschappij en het ontkennen van de rechtsstaat. Jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben door sociaal-emotionele en intellectuele problemen een grotere kans om niet mee te kunnen in de huidige maatschappij, waardoor zij hun identiteit sterker ontlenen aan groepen waartoe zij willen behoren. Zij zullen in hogere mate (radicale) ideeën en (criminele) cognities van rolmodellen overnemen.

Responsieve en ondersteunende houding

Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat een responsieve en ondersteunende houding van de docent leidt tot een significante afname van de ervaren afwijzing van de maatschappij en criminele cognities. Het gevoel afgewezen te worden door de samenleving kan voor een gedeelte worden gecompenseerd door een responsieve opvoeding die het zelfvertrouwen van kinderen vergroot. Deze responsieve opvoeding geeft kinderen en risicojongeren het idee dat ze ‘gezien worden, erbij mogen horen en ertoe doen’. Een positieve relatie met de docent leidt tot minder gevoelens van afwijzing van de maatschappij en kan de jongeren daarbij een positiever toekomstperspectief bieden zonder radicalisering.

Deze resultaten sluiten aan bij het rapport ‘Twee werelden, twee werkelijkheden, hoe ga je daar als docent mee om?’ dat minister Bussemaker januari 2016 publiceerde. Europees onderzoek moet aantonen hoe radicalisering van jeugd kan worden voorkomen door een positief leerklimaat op middelbare scholen te creëren, breder dan alleen het VSO. Hogeschool Leiden gaat daartoe samen aan de slag met de Universiteit van Gent en de ESADA Business School (Barcelona).

Met Europese ondersteuning voor gezamenlijk onderzoek naar het voorkomen van radicalisering van jeugd in het middelbaar beroepsonderwijs willen zij dit nader uitwerken. De bedoeling is dat de onderwijsinstellingen door het uitwisselen van ‘good practices’ een totaalpakket kunnen presenteren waarmee (toekomstige) docenten/hulpverleners hun werk in de klas of op straat zo goed mogelijk kunnen uitoefenen. Barcelona kijkt daarbij vooral naar ervaringen rond conflicthantering en Leiden naar het thema van het leerklimaat.

Bron: http://www.scienceguide.nl/201603/radicalisering-in-school-tegengaan.aspx

Door confrontatie met rolmodellen straatcriminaliteit verminderen

Door confrontatie met rolmodellen straatcriminaliteit verminderen

Lector Hogeschool Leiden doet vernieuwend onderzoek naar straatjongeren

Voorkom dat straatjongeren afglijden in de georganiseerde criminaliteit door ze hard en duidelijk aan te pakken op hun gedrag. Deze jongeren pak je niet aan met fluwelen handschoenen, maar moeten worden aangesproken door rolmodellen en professionals die zelf ook dicht bij de werkelijkheid van de jongeren staan en respect genieten. Die kunnen het verschil maken. Daarbij is het noodzakelijk dat een helder en haalbaar toekomstperspectief wordt geschetst dat beter is dan het leven op de straat. Dat stelt Jan Dirk de Jong morgen in zijn lectorale rede bij Hogeschool Leiden.

“Een goede relatie tussen jongeren met gepassioneerde professionals en positieve rolmodellen is daarbij onontbeerlijk”, stelt Jan Dirk de Jong. “Zij spreken jongeren aan op dat vermogen iets van zichzelf te kunnen maken en nemen hen daarin bloedserieus (mede door hen juist duidelijk te wijzen op denkfouten en hard confronteren met slachtoffergedrag). Boven alles keuren ze onwenselijk of slecht gedrag van een jongere af wanneer hij (opnieuw) een verkeerde keuze heeft gemaakt, maar nooit de jongere zelf als persoon.”

Aantrekkelijk perspectief

In die houding van professionals en andere betrokken volwassenen ligt mogelijk een belangrijke sleutel die maakt dat jongeren zich wel openstellen voor een ander perspectief dan het straatleven. Risicojongeren die slechts een marginale positie bekleden of om andere redenen overwegen het straatleven de rug toe te keren, kunnen met behulp van de mensen met die juiste houding een aantrekkelijk perspectief gaan zien in een realistisch bestaan in de burgermaatschappij. Als dat leidt tot de beleving van meer verbondenheid dan deze jongeren op straat gewend zijn, dan kunnen zij makkelijker worden overgehaald die sprong te wagen.

Verkeerd verbonden

“De ontbrekende schakel in de aanpak van jeugdcriminaliteit is ons gebrekkige vermogen om een sterker gevoel van verbondenheid tot stand te kunnen brengen in een gewenst milieu ten opzichte van dat straatleven waarin een jongere tenminste iemand voorstelt”, aldus Jan Dirk de Jong. “Ze menen op de straat van meer betekenis te kunnen zijn dan in een ‘witte’ samenleving als een mislukte leerling, ongewenste migrantenzoon en minderwaardig mens.”

Wanneer zo’n risicojongere inziet dat hij verkeerd verbonden is op straat en gemotiveerd is om nieuwe mogelijkheden voor betere verbindingen te verkennen, is de volgende vraag hoe dan precies de juiste verbinding tot stand te brengen tussen de jongere en een alternatieve sociale omgeving. Daarbij willen we weten hoe hij veranderingen gaat beleven in zijn gevoel van verbondenheid thuis, in zijn buurt, in de klas, op zijn werkplek en ten aanzien van de rest van de Nederlandse samenleving. Meer nuchtere vakkennis over de ontwikkeling van die benodigde ‘verbondenheid.

Expertisecentrum Jeugd Hogeschool Leiden

Jan Dirk de Jong is als lector Aanpak Jeugdcriminaliteit verbonden aan het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden. Het Expertisecentrum Jeugd ontwikkelt kennis om te begrijpen wat kinderen en jongeren nodig hebben voor hun ontwikkeling. Het gaat om kwetsbare jongeren die ‘bijzonder’ zijn en zoveel mogelijk gebruik moeten kunnen maken van wat we als ‘gewoon’ ervaren. Thuis wonen, naar school, spelen met vrienden en vriendinnen. En soms, wanneer het echt niet gaat is er een ‘bijzondere’ omgeving nodig. Het Expertisecentrum Jeugd leidt op voor het huidige en toekomstige werkveld en doet onderzoek dat hiervoor betekenis heeft.

 

Bron: https://www.hsleiden.nl/actueel/pers/persberichten/door-confrontatie-met-rolmodellen-straatcriminaliteit-verminderen.html

Docent heeft sleutelrol bij voorkomen radicalisering jeugd

Docent heeft sleutelrol bij voorkomen radicalisering jeugd

Jongeren in het Voortgezet Speciaal Onderwijs vatbaar voor radicaliserend gedrag

Docenten in het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) bepalen in grote mate het leerklimaat in het klaslokaal. Een positief leerklimaat verkleint de kans dat kwetsbare jongeren radicaliseren. Dat blijkt uit onderzoek van het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden en de Universiteit van Amsterdam. Deze resultaten sluiten aan bij het rapport ‘twee werelden, twee werkelijkheden, hoe ga je daar als docent mee om?’ die minister Bussemaker januari 2016 publiceerde. Europees onderzoek moet aantonen hoe radicalisering van jeugd kan worden voorkomen door een positief leerklimaat op middelbare scholen te creëren, breder dan alleen het VSO.

Op 14 locaties van twee grote Amsterdamse schoolgemeenschappen voor voortgezet speciaal onderwijs is door het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden en de Universiteit van Amsterdam in maart 2015 onderzocht in hoeverre het klimaat in de klas samenhing met gevoelens van afwijzing door de maatschappij, crimineel gedrag en probleemgedrag als ongehoorzaamheid en agressiviteit.

Radicalisering

Momenteel is er veel bezorgdheid over radicalisering van jongeren en niet in de laatste plaats omdat radicale jongeren geweld in onze samenleving niet schuwen. Radicalisering is echter een breed begrip: jongeren kunnen extreme denkbeelden ontwikkelen richting geloof, maar ook richting misdaad, rechts-radicale of links-radicale denkbeelden. De oorzaken van radicalisering liggen vaak in een onderliggend gevoel bij jongeren van achterstelling, onheuse bejegening en boosheid.

Jongeren in het VSO zijn vaak argwanend naar instanties, zowel de politie als naar hulpverleners om hen heen, omdat zij denken dat ze ‘hen moeten hebben’ en ‘toch niet echt willen helpen’. Het gaat daarbij niet altijd om gebrek aan kansen, maar ook om het zichzelf uitsluiten van de maatschappij en het ontkennen van de rechtsstaat. Jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben door sociaal-emotionele en intellectuele problemen een grotere kans om niet mee te kunnen in de huidige maatschappij, waardoor zij hun identiteit sterker ontlenen aan groepen waartoe zij willen behoren. Zij zullen in hogere mate (radicale) ideeën en (criminele) cognities van rolmodellen overnemen.

Positief leerklimaat

Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat een responsieve en ondersteunende houding van de docent leidt tot een significante afname van de ervaren afwijzing van de maatschappij en criminele cognities. Het gevoel afgewezen te worden door de samenleving kan voor een gedeelte worden gecompenseerd door een responsieve opvoeding die het zelfvertrouwen van kinderen vergroot. Deze responsieve opvoeding geeft kinderen en risicojongeren het idee dat ze ‘gezien worden, erbij mogen horen en ertoe doen’. Een positieve relatie met de docent leidt tot minder gevoelens van afwijzing van de maatschappij en kan de jongeren daarbij een positiever toekomstperspectief bieden zonder radicalisering.

Europese subsidie

Het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden gaat samen met de Universiteit van Gent en de ESADA Business School (Barcelona) een Europese subsidie aanvragen voor het doen van gezamenlijk onderzoek naar het voorkomen van radicalisering van jeugd in het middelbaar beroepsonderwijs. De bedoeling is dat de onderwijsinstellingen door het uitwisselen van ‘good practices’ (Barcelona conflicthantering – Leiden leerklimaat) een totaalpakket kunnen presenteren waarmee (toekomstige) docenten/hulpverleners hun werk in de klas of op straat zo goed mogelijk kunnen uitoefenen.

Bron: https://www.hsleiden.nl/actueel/pers/persberichten/docent-heeft-sleutelrol-bij-voorkomen-radicalisering-jeugd.html