Hoe praat je in de klas over Nieuw-Zeeland en Urk? [Artikel Karim Amghar in NRC]

Leraren moeten leerlingen vrij laten praten over de gebeurtenissen in Nieuw-Zeeland en Urk. Na het uiten van hun boosheid denken ze na over wat ze zelf kunnen doen, schrijft Karim Amghar.

Martin Hunter?EPA 

Voordat je de deurklink opent van je klaslokaal moet je jezelf afvragen wat je denkt over de aanslagen in Nieuw-Zeeland en de incidenten in Urk en hoe je daar met je studenten over wil praten. Als trainer en docent houd ik me veel bezig met radicalisering en rechts-extremisme in de klas en in de wijk. Maar nu voel ik zelf ook een rilling door me heen gaan, voordat ik het gesprek in de klas hierover aanga. Dat heeft te maken met de verschrikkelijke beelden die vrijdag uit Christchurch kwamen.

Tegelijkertijd weet ik dat jongeren deze beelden ook hebben gezien. De reacties die ik krijg van sommige collega-docenten en trainers zijn heftig. Sommigen zijn even helemaal klaar met het met elkaar verbinden van verschillende groepen. Anderen vragen mij ‘leefde je ook zo mee in Parijs?’. Weer anderen barsten in woede of tranen uit. Maar het is nu belangrijker dan ooit om in dialoog te gaan over het recente geweld, aanslagen in het algemeen en allerlei vormen van radicalisering in de klas.

De situatie in Urk kunnen we met de aanslagen in Nieuw-Zeeland in ons achterhoofd niet zomaar aan ons voorbij laten gaan. Hiermee bedoel ik niet dat we allemaal gefocust moeten zijn op dit dorpje, maar dat dit ons in onderwijsland en in het jongerenwerk echt aan het denken moet zetten over radicalisering en rechts-extremisme. In Nederland kunnen we preventief nog een hoop doen in de klassen. Niet alleen in dorpen als Urk maar door het hele land moeten we uiteenlopende standpunten bij elkaar brengen in de klassen en jongeren leren omgaan met deze verschillen. We kunnen onze jongeren laten ervaren waarom het zo VET is om in Nederland te leven met al deze verschillen.

Wat kun je zelf doen?

Vrijdagmorgen vroeg een collega tips voor een dialoog over dit thema: ‘jeetje Karim.. hoe moet ik dit nou aanvliegen?’. Deze docent geeft les in een grote stad en heeft een erg diverse groep. Mijn tip was: stel jezelf kwetsbaar op en deel zelf ook jouw gevoel over de gebeurtenissen in een gesprek daarover. Er zal eerst veel woede, boosheid en pijn naar boven komen. Dat is oké. Vervolgens zoeken jongeren automatisch de nuance op en voelen ze aan dat geweld en boosheid geen oplossing bieden. Blijf als docent verdiepende vragen stellen.

Vraag jezelf af en vraag de studenten wat je zelf kunt doen aan rechts-extremisme en jihadistische radicalisering. Vraag hoe je religie en roots kunt gebruiken als kracht in plaats van als belemmering en als middel tot verdeling. Mijn advies is ook om de moorden in Nieuw-Zeeland maar zeker ook de mishandeling van een Marokkaans gezin in Urk aan te grijpen om gesprekken over radicalisering, polarisatie en diversiteit in te bedden in je opleiding. Constructief en structureel in dialoog gaan met studenten over deze thema’s zorgt voor openheid en veiligheid om je ‘echt’ te kunnen uiten. Als studenten zich ‘echt’ in een veilige sfeer kunnen uiten, weet je wat er speelt bij de studenten en kun je daar naar handelen. Als je aanvoelt dat iemand radicaliseert, vraag collega’s dan om hulp in een vroeg stadium. Schenk iemand die radicaliseert perspectief en ruimte om zich te kunnen uiten.

De stok in de hand

Vrijdagmiddag sprak ik een groep jongeren over Nieuw-Zeeland en ook over de gebeurtenissen in Urk. We spraken af dat we de regels van de dialoog zouden respecteren. Dat betekent dat alleen diegene die de spreekstok of zijn pen in de hand houdt, spreekt. De rest is niet alleen stil maar luistert ook aandachtig. We hebben afgesproken alleen vanuit je eigen ik te spreken en dat er genoeg veiligheid moet zijn om je te kunnen uiten. Toen we begonnen, was er meteen boosheid, woede en verdriet. De boosheid was er vooral aan het begin. De aanslagen in Nieuw-Zeeland werden volgens de eerste sprekers niet losgekoppeld van de problemen in Urk. “Het één heeft met het ander te maken… we zien gewoon dat mensen over ons heen lopen, meneer!!” aldus een student.

Toen de stok steeds van hand tot hand ging en jongeren voelden dat al het boze wel gezegd was, gingen ze ook na wat ze zelf konden doen: “We kunnen niet van alles zomaar posten op social media”. “We moeten stoppen met al die haat”. Uiteindelijk heeft deze dialoog ervoor gezorgd dat we afspraken hebben gemaakt:

  1. Als er iets aan de hand is en je voelt je niet oké, meld dit dan in de dialoog in plaats van de confrontatie op te zoeken.
  2. We letten goed op wat we op social media doen. We moeten minder haatzaaien. Haat kan zorgen voor nog meer haat en polarisatie.

En zo waren er nog vele andere afspreken. Dialoog is waardevol en zorgt voor rust. Je ontmoet elkaar van hart tot hart. Dit hebben we nu meer dan ooit nodig.

We moeten investeren in elkaar. Dan pas kunnen we de vruchten plukken van een goede samenleving. De aanslagen in alle delen van de wereld hebben wel degelijk effect op het leven van onze studenten en docenten. Laat het dus niet aan je voorbijgaan en besteed als leraar of als jongerenwerker aandacht aan dit thema in je klas en in je wijk. Want als we dit niet doen, wat blijft er dan nog over voor onze kinderen later?

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/15/hoe-praat-je-in-de-klas-over-nieuw-zeeland-en-urk-a3953502

Politici moeten vaker de klas in [Artikel Karim Amghar in NRC]

Mbo-studenten en scholieren hebben weinig belangstelling voor politiek. Daar moeten politici meer aan doen, vindt Karim Amghar.

Bart Maat, ANP

Docenten mijden het gesprek over politiek liever in de klas, merk ik als docent en trainer op mbo-scholen en in het voortgezet onderwijs. De verkiezingen komen er niet aan bod. Studenten en leerlingen hebben daarom helemaal geen belangstelling voor de politiek. Dit is kwalijker dan het lijkt. Mbo-studenten die ik in het eerste jaar en in hun laatste jaar spreek, zijn totaal niet veranderd in hun mening over het stemmen. De meesten zeggen dat het toch geen nut heeft. De politiek zou toch maar hun vertrouwen schaden door beloftes niet na te komen. De meeste studenten weten niets van de politieke partijen. Dit neem ik hen niet per se kwalijk. Als je als bovenbouwleerling op de middelbare school of als mbo-student jaren in de klas zit en niemand besteedt aandacht aan politiek, en je ziet en hoort er alleen maar negatieve dingen over in de media, dan zal je beeld over de politiek ook wel negatief zijn. „Ff serieus, meneer… Als ik een nieuwsapp open en iets over de politiek lees, dan gaat het meer over relaties en beloftes die weer verbroken zijn dan over mooie dingen… Wat moet ik anders denken?” aldus één van de mbo-studenten die ik hierover sprak.

Aandacht aan de politiek geven docenten tijdens burgerschapslessen. Maar dat gebeurt op zo’n saaie manier dat de studenten totaal niet de noodzaak inzien om hun kostbare tijd te investeren in het lezen van partijprogramma’s. De situatie thuis is ook veranderd. Terwijl een docent nog zegt: „Onze studenten moeten thuis toch ook gewoon meekrijgen wat ouders stemmen en goede gesprekken hierover voeren? Bij mij thuis gebeurde dat vroeger altijd rond de verkiezingen”, zegt een student: „Thuis over politiek praten? Haha… nee joh! Ook mijn ouders besteden niet heel veel aandacht aan stemmen.”

Vruchten plukken

In mijn optiek moet er op school wel degelijk aandacht worden besteed aan politiek. De kiezers van de toekomst zitten momenteel in de schoolbanken en hebben een grote invloed op het toekomstige bestuur van ons land. Als we preventief investeren in kennis over politiek, politieke partijen en het belang van stemmen dan zullen we daar over een aantal jaar de vruchten van plukken. Nee, dit is niet weer een oproep aan docenten om meer lesmateriaal te ontwikkelen en ook niet om gesprekken te voeren over het vak burgerschap. Dit is een oproep aan docenten en politieke partijen samen. Je kunt een docent zonder motivatie honderd geweldige werkvormen bieden, maar het blijven saaie lessen waarbij jongeren niet zullen aanhaken.

Het is dus belangrijk dat de docent gemotiveerd raakt. Die moet bedenken: waarom sta ik voor de klas? Waarom wil ik werken met deze jongeren? Waar haal ik nou echt energie uit? Welk onderdeel van mijn werk vreet mijn energie? Doe dit niet alleen, maar met het docententeam. Je hebt elkaar nodig. Als je het minimaal één keer per kwartaal doet met je team, zul je begrijpen waarom het waardevol is om jongeren nu meer dan ooit voor te bereiden op de toekomst en dus ook op hun invloed op het besturen van ons land.

Politieke partijen moeten net zoveel investeren in het onderwijs. Politici moeten veel tijd in de klassen doorbrengen. De scholen moeten de deuren openen voor politieke partijen. Politici zouden op een open en verbindende manier gesprekken moeten voeren met leerlingen en studenten. Dan komt politiek dichterbij en willen studenten betrokken zijn en blijven. Zelf merk ik dat de klas meteen even wakker is geschud en dat de politiek ook meer gaat leven onder de studenten als er een politicus is langs geweest. Blijf dit doen en je zult mooie resultaten boeken.

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/19/politici-moeten-vaker-de-klas-in-a3952620

Wees als docent niet expliciet over Zwarte Piet [Artikel Karim Amghar in NRC]

De verharding van standpunten op tv en de sociale media werkt ook door in de klas. Dan werkt het averechts als een leraar met te uitgesproken meningen komt, schrijft Karim Amghar.

Remko de Waal, ANP

Ik merk in de klassen waar ik kom dat in de laatste maanden van het jaar (oktober, november en december) een ongemakkelijke sfeer ontstaat bij thema’s als Zwarte Piet. Deze ongemakkelijke sfeer zorgt alleen maar voor meer afstand tussen docent-student en student-student.

Ten eerste ontstaat er een zekere verharding. Docenten en studenten die normaal de nuance opzochten, zijn nu keihard in hun mening. ,,We houden bij dit soort onderwerpen veel minder rekening met elkaar… dat vind ik gewoon jammer” aldus één van de studenten in de klas met wie ik een dialoog voerde over dit thema. Deze verharding zie je niet alleen in het klaslokaal, maar ook op straat. Volgens mij heeft deze verharding te maken met de rolmodellen in dit thema. Die zie je op tv en de sociale media radicaler worden. Dit is een slechte ontwikkeling voor het klaslokaal. Je kunt namelijk met één opmerking in de klas als docent alle inspanningen voor onderlinge verbinding ongedaan maken.

Het tweede wat ik heel veel zie is dat docenten het gesprek volledig uit de weg gaan. Dit kan zijn vanwege angst, desinteresse of vermoeidheid. ,,Jeetje alweer, dat Zwarte Piet gezeur… ieder jaar hetzelfde rond deze tijd… ben er een beetje ziek van” aldus één van de docenten die ik gesproken heb. Begrijpelijke reactie in een gesprek met iemand die begrijpt dat dit niks persoonlijks is. Maar in de klas valt zo’n reactie erg slecht. De student kan voor, tegen of in het midden zitten maar bij zo’n opmerking toch radicaal reageren.

Het stimuleren van diversiteit is dan een belangrijk onderdeel van de oplossing. Ik zeg ook altijd dat iedereen een product is van haar of zijn omgeving. Het is dan ook goed om studenten van verschillende achtergronden, religies en genders met elkaar in contact te brengen. Bij één VO-school doe ik een waardevol project waarbij we studenten van drie totaal verschillende scholen (religies, achtergronden e.d.) bij elkaar brengen en laten samenwerken. Dit zorgt voor waardevolle, scherpte maar vooral inspirerende gesprekken.

Nuance is van grote waarde in een gesprek over bijvoorbeeld Zwarte Piet. Creëer veiligheid in je klaslokaal voor álle meningen, voor en tegen. Wees je als docent bewust van je eigen mening en druk deze niet door, ook niet met opmerkingen waar een boodschap achter ligt. Zorg er vooral wel voor dat je studenten kritisch laat nadenken over zichzelf, hun roots, religie en beweegredenen.

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/10/30/wees-als-docent-niet-te-expliciet-over-zwarte-piet-a2753236 

Hoe praat je over religie in de klas? [Artikel Karim Amghar in NRC]

Religieuze leerlingen moeten zich altijd verdedigen en dat creëert onnodig spanningen, aldus Karim Amghar.

ANP Xtra Robin Utrecht 

Door: Karim Amghar

Religie is een beladen onderwerp aan het worden. Wat in het verleden spiritualiteit was, wordt nu een bedreiging, op de werkvloer en in de bestuurskamers. Wie een religie bekritiseert, wekt woede op. Het praktiseren van een religie wordt gezien als slecht tot het tegendeel is bewezen.

Dit is nergens zo zichtbaar als in het onderwijs. Ik heb als trainer vaak gesprekken met docenten, studenten en teamleiders over het bespreekbaar maken van ‘moeilijke onderwerpen’. Zelfs als ik zeg dat ik moslim ben (als dat al niet zichtbaar is) stelt men mij bijna direct vragen als “wat vind je van de positie van vrouwen?” Of “wat vind je van het invoeren van de sharia in Nederland?” Met andere woorden, bewijs eerst even dat je niet aan de verkeerde kant staat en dan pas kunnen we een goed gesprek met elkaar voeren.

Zich moeten verdedigen

Die sfeer heerst ook in het klaslokaal. Religieuze jongeren hebben constant het gevoel zich te moeten verdedigen. Dit maakt de gesprekken over religie moeilijk. Veel docenten hebben het gevoel dat ze op eieren lopen want door deze spanning kunnen jongeren nauwelijks kritiek aan.

Zo ontstaat een wisselwerking waarbij de docent kritisch is, de student het gevoel heeft aangevallen te worden en zich te moeten verdedigen en dus vervelend reageert. Hierdoor wordt de docent boos en stuurt hij de student vaak weg of gebruikt die zijn/haar autoriteit om het gesprek een andere wending te geven.

Tijdens een training over diversiteit in een klas viel mij dit op. De docenten zeiden meteen dat studenten zich gewoon aan de regels in Nederland moeten houden. ,,Als de Islam dit tegenhoudt, dan moeten we dit wel aanpakken”, voegden ze daar aan toe. Het gesprek ging puur over diversiteit en wat diversiteit met zich meebrengt.

Een docent had al heel lang de behoefte om hierover te praten. Ik ben toen een keer met deze docent de klas in gegaan om religie bespreekbaar te maken. Aan het begin merkte ik dat zowel de docent als de student er heel veel moeite mee had. De sfeer was gespannen, veel jongeren die normaal graag mee praten, keken vooral naar beneden.

Jezus

We besloten met zijn allen dus om eerst een veilige sfeer te creëren. ,,Gewoon chill kletsen over religie en waarom dit belangrijk is” was mijn opmerking. Er kwamen mooie, persoonlijke verhalen naar boven. De sfeer werd ontspannen en dit was ook zichtbaar aan de docent. ,,Dat dit ook bij jouw religie hoorde wist ik echt niet.. wij hebben dit ook” aldus de desbetreffende docent, toen hij hoorde dat moslims net als christenen geloven in Jezus.

Wat je vooral niet wilt is dat een docent boos het gesprek domineert in het klaslokaal. Je wilt dat er een ontspannen “chille” sfeer is zodat het gesprek relaxed en ontspannen kan verlopen. In een veilige, sociale context komen studenten makkelijker los, kunnen ze tegen kritiek en kunnen ze competenties leren om kritisch te denken.

Laat het gesprek niet te beladen zijn, dat gaat ten koste van de inhoud. Docenten zijn ook maar mensen met gevoelens. Het is dus oké dat je in sommige gevallen een onaangenaam gevoel hebt bij bepaalde uitspraken. Probeer als professional dit gevoel soms te uiten door te inspireren en niet met boosheid over te halen. Met boosheid creëer je alleen maar sociaal wenselijk gedrag tijdens de les. Eenmaal buiten het klaslokaal ontwikkelen de radicale ideeën van de student in kwestie zich alleen maar door.

In veel klassen waar ik ben geweest voor een training is de sfeer bij onderwerpen als religie gespannen. Hier hebben we als Nederland nog een hoop te winnen. Daarvoor moeten we als overheid stappen ondernemen om het gesprek over religie relaxed te houden en het goede voorbeeld te geven. Op dit moment is er teveel egomanie en trots bij het gesprek over religie in de politiek. Er is geen hulp voor mensen die radicaliseren maar alleen straf. Terwijl er genoeg bewijs is dat alleen straffen niet werkt. Laten we rustiger omgaan met religie, vrijheid en kalmte te creëren in de klaslokalen zodat het spoedig weer alleen maar hoeft te gaan over inspirerende dingen!

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/12/hoe-praat-je-over-religie-in-de-klas-a1609771

 

Dijkhoffs verplichte lessen creëren ‘tweederangs burgers’ [Artikel Karim Amghar in NRC]

Extra les in democratie degradeert inwoners van ,,probleemwijken”, vindt docent Karim Amghar.

ANP PHOTO XTRA Koen Suyk

Door Karim Amghar

De VVD wil ouders in ,,probleemwijken” verplichten om kinderen naar het kinderdagverblijf te sturen. Ook moeten er verplichte lessen worden ingevoerd over democratische waarden en tradities. Criminelen moeten er dubbel zo hard worden gestraft als normaal. Fractievoorzitter Klaas Dijkhoff wil dat het kabinet wijken selecteert waarin meer dan 50 procent van de inwoners van niet-westerse afkomst is, de werkloosheid hoog is, de criminaliteit hoog is en het opleidingsniveau laag is. Alsof deze elementen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Gelukkig ziet zijn partijgenoot premier Rutte (er niets in.

Als docent voor alle Nederlanders, ongeacht afkomst, religie of gender, schrik ik me te pletter bij het lezen van dit plan voor zogenoemde “probleemwijken”. Tijdens dialogen door het hele land met studenten uit dit soort wijken hoor ik de gevolgen: ,,Ik voel me tweederangs burger, ik word gewoon niet gezien als een Nederlander.” Als je vaak genoeg iemand een label geeft van tweederangs burger of burger van een probleemwijk, gaan mensen zich hiernaar gedragen. Als je in één adem benoemt dat je wijken aanpakt met meer dan 50% niet-westerse afkomst, werkloosheid en hoge criminaliteit wek je de indruk bij de studenten dat die etiketten bij elkaar horen.

De VVD wekt de indruk dat de studenten in deze wijken en scholen gedoemd zijn om te falen, als deze partij niet als een superheld ingrijpt. Het tegendeel is waar. Alleen in deze wijken komen verplichte lessen over democratische waarden en tradities. Als studenten op deze manier als uitzondering worden gezien zullen ze er natuurlijk niet met hart en ziel achter staan. Om beter te participeren in de samenleving moeten studenten zich juist geen uitzondering voelen.

Weerstand

Als je onderdelen verplicht vanuit de noemer, jij bent minder dus hebt dit meer nodig dan de ‘normale Nederlander’, dan krijg je enorme weerstand. Dat heb ik als onderwijsontwikkelaar en docent gemerkt. Dit is erg slecht voor de studenten maar zeker ook voor de docenten. Ik zie dat docenten het al moeilijk genoeg hebben om een veilig klimaat te scheppen in de klas, waarin alles kan worden besproken. Met dit soort maatregelen wordt dit alleen maar lastiger.

Natuurlijk wil ik ook dat iedereen de Nederlandse taal perfect spreekt, dat iedereen in vrijheid en veiligheid door zijn wijk en school kan lopen. Maar dit creëer je niet door nog meer extra verplichtingen op te leggen aan wijken en scholen die het al moeilijk genoeg hebben. Dit creëer je door samen met de mensen uit deze wijken en scholen plannen te bedenken. Hierdoor zorg je voor een curatieve en preventieve oplossing.

Docenten die ik spreek, zeggen dat het beleid te vaak gemaakt wordt door mensen die totaal niet weten hoe het is om les te geven in dit soort wijken. ,,Ze denken dat onze scholen gevangenissen zijn en dat de problemen opeens verdwijnen, als ze maar genoeg verplichtingen onze kant op gooien”, zegt een docent uit Rotterdam. ,,We moeten hiermee kappen en met onze kinderen werken aan een vruchtbare toekomst. Veel kinderen, want het zijn vaak gewoon kinderen, willen diep van binnen gewoon gezien worden als gelijke. Hiermee creëer je nog meer afstand en polarisatie.”

VVD’ers moeten dus in mijn optiek veel meer in gesprek met de mensen uit deze wijken en scholen en samen tot een oplossing komen met bijvoorbeeld de studenten en docenten zelf. Want we kunnen veel efficiënter en effectiever omgaan met ons onderwijs. Verplichten en onderscheid maken is efficiënt en ineffectief. Op naar goed onderwijs en een goede toekomst voor ons allemaal! Kijk bijvoorbeeld naar een oude “probleemschool”, het Calvijn college in Amsterdam. Deze school is volledig getransformeerd van “probleemschool” naar geliefd college door intensief samenwerken, niet door over de schutting gegooide verplichtingen.

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/21/verplicht-les-voor-tweederangs-burgers-a1626091

Compassieprijs 2018 naar Karim Amghar

De Compassieprijs 2018 is toegekend aan de Leidse docent Karim Amghar. Hij ontving de prijs tijdens het symposium ‘Verschillend. En dan?’ aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Het aanwezige publiek mocht kiezen uit drie initiatieven die door een jury waren geselecteerd. De prijs is uitgereikt door de Britse schrijfster en VU-eredoctor Karen Armstrong.

Het publiek viel voor het gepassioneerde betoog van Amghar, die zich voorstelde als docent omgangskunde, vader, Nederlandse Marrokkaan én moslim. “Mijn motivatie is mijn dochter. Ik ben vaak keihard gevallen, maar sta steeds weer op om te vechten voor een wereld met compassie waar mensen van hart tot hart met elkaar leven. Ik wil dat zij in zo’n wereld kan leven”, aldus de kersverse winnaar van de Compassieprijs 2018.

In het juryrapport staat vermeld dat “Karim Amghar is genomineerd voor de Compassieprijs 2018 voor het tegengaan van polarisatie en discriminatie in de Nederlandse samenleving. Op die manier geeft hij invulling aan zijn functies als manager en trainer van WijWijs. De nominatie vermeldt dat hij beschouwd kan worden als een wereldverbeteraar.”

Selectie door studentenjury

De drie initiatieven die kans maakten op de Compassieprijs 2018 zijn geselecteerd door een jury die bestaat uit studenten van de VU met verschillende levensbeschouwelijke achtergronden. De drie initiatieven zijn tijdens het symposium toegelicht door een vertegenwoordiger, waarna het publiek een winnaar kon kiezen.

Over de Compassieprijs

De jaarlijkse uitreiking van de Nederlandse Compassieprijs vindt plaats sinds 2011. De Stichting Handvest voor Compassie Nederland organiseert de uitreiking met elk jaar weer een ander thema. Het thema van van dit jaar is ‘Geloven in compassie’ en linkt naar het gedachtegoed van de inspirator van deze prijs, de Britse schrijfster Karen Armstrong. In 2018 is de uitreiking georganiseerd in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam.

Bron: https://www.nieuwwij.nl/actueel/compassieprijs-2018-naar-leidse-docent-karim-amghar/

Training in Lansingerland!

#DingenDoenWaarJeBlijVanWordt #Trainingen #Lansingerland 😀

 

In de afgelopen jaren heeft Karim Amghar samen met het WijWijs team trainingen mogen geven door het hele land!! “Super dankbaar!!” Maar nu mag WijWijs dus ook trainingen geven in de dorpen waar WijWijs is gevestigd en waar Karim Amghar zijn hele leven al woont namelijk #Lansingerland!!! 😀

Dit doet WijWijs in opdracht van de gemeente!!! Dus er zitten voor de volgers van de training geen kosten aan verbonden!! 😀

Dus geef jij les in Lansingerland?
Ben je een politieagent in Lansingerland?
Ben je jongerenwerker in Lansingerland?
Of werk/woon jij in Lansingerland en heb je gewoon erg veel interesse in de trainingen die we geven?

Stuur dan een berichtje naar karim@wijwijs.nl #Dankbaar #SamenSterker #Verbinding 😀

Ieder kind heeft recht op onderwijs

Scholen die onderwijs voor kinderen met EMB bieden, zijn niet overal in het land te vinden.

Ieder kind heeft recht op onderwijs. Dat staat in het VN-verdrag Handicap en ook het Kinderrechtenverdrag van de VN stelt dat ieder kind recht op zelfontplooiing heeft. Dat geldt dus ook voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen (EMB). Toch gaat een groot deel van hen niet naar school. Ouders voelen zich genoodzaakt een leerplichtontheffing aan te vragen, waardoor kinderen niet de kans krijgen hun ontwikkelmogelijkheden te benutten.

Kinderen met EMB zijn kinderen met een combinatie van zware verstandelijke en lichamelijke beperkingen. Zij hebben 24 uur per dag zorg en ondersteuning nodig. Ongeveer 2500 kinderen met EMB gaan naar het speciaal onderwijs. Bijna 7000 kinderen zijn ontheven van de leerplicht. Een deel van deze kinderen die geen onderwijs volgen, heeft psychische aandoeningen en een deel EMB. De precieze verdeling is niet bekend.

Tekort aan passend aanbod en informatie
De afweging of een kind met EMB wel of niet naar school gaat, ligt bij de ouders. Maar dan moet er wel wat te kiezen zijn. In de praktijk blijkt er een tekort aan passend aanbod en missen ouders de juiste informatie om tot een goede afweging te komen.

Scholen die onderwijs voor kinderen met EMB bieden, zijn niet overal in het land te vinden. Het aanbod wisselt enorm per regio. Een school ver van huis betekent een lange reistijd. Dat is vaak fysiek onwenselijk of onmogelijk. Een kinderdagcentrum of het kind thuishouden, lijkt dan het enige alternatief voor de ouders.

Het komt ook vaak voor dat ouders niet weten waar zij informatie kunnen vragen over onderwijsmogelijkheden en onvoldoende worden begeleid. Mede omdat de loketten voor zorg en voor onderwijs langs elkaar heen werken. Met als gevolg dat ouders onjuist worden voorgelicht of zelfs dat een aanvraag tot leerplichtontheffing hen wordt opgedrongen.

De Tweede Kamer vergadert woensdag 27 juni over onderwijs. 15 organisaties, waaronder Ieder(in), stuurden daarom een actieplan naar de Kamerleden. Het plan moet onder meer zorgen voor een beter aanbod, betere informatie en een betere samenwerking tussen zorg, onderwijs en jeugdhulp. Zodat ze de ontwikkelmogelijkheden krijgen waar zij, net als elk ander kind, recht op hebben.

Onlangs bood een groep ouders in Den Haag een petitie aan over onderwijs aan ernstig meervoudig gehandicapte kinderen.

Bezoek aan het Koningshuis!!

Onze Karim Amghar was uitgenodigd om naar het Koningshuis te gaan om de Koning en Koningin te ontmoeten. Deze uitnodiging is voort gekomen uit het warme en inspirerende werk dat hij doet vanuit WijWijs. Met name het project waarbij hij rolmodellen in wijken in hun kracht zet op het gebied van werkgelegenheid. Veel jongeren voelen namelijk dat ze met een niet-westerse achtergrond moeilijker aan een baan komen, met name ook omdat veel mensen in hun omgeving dit hebben meegemaakt.

Discriminatie en racisme hoef je namelijk niet zelf mee te maken om het te voelen en ervaren. Daarom hebben we rolmodellen (jongeren met een niet-westerse achtergrond) in hun kracht gezet en laten zien dat er zeker mogelijkheden zijn. Dat neemt niet weg dat er nog veel werk te doen is aan de kant van de arbeidsmarkt.

“Het was een enorme eer om als Marokkaanse Nederlander de Koning en Koning te ontmoeten. Ik heb ze de hand geschud en even kort met ze gesproken. Met name met Koningin Maxima, we hebben kort gesproken over de sociaal maatschappelijke uitdagingen. Het was geweldig!!” Aldus Karim Amghar

Wij(Wijs) zijn verhuisd :D

WijWijs is dankzij uw steun gegroeid tot een serieuze onderneming. Hierdoor kunnen we nog veel meer betekenen voor de Nederlandse samenleving.

Vanuit onderwijs, jeugdzorg en de gemeenten bereiken we veel mensen en lukt het ons stap voor stap de polarisatie te bestrijden en verbinding te creëren. Daarbij helpen onze trainers en onderwijsontwikkelaars om te komen tot goede kwaliteit.

Omdat de aanvragen steeds groter worden hebben we een groter team en zijn we daarom verhuist naar een groter pandje! We zijn verhuist (per 1 maart 2018) naar de Hoekeindsehof 8 in Bleiswijk.

Kom je gauw een lekker kop koffie drinken om te kijken hoe we elkaar kunnen versterken? 😀