CityLab010 op bezoek bij WijWijs

WijWijs ontving recentelijk de mensen van CityLab010 en nam hen mee in een bekend onderdeel van onze werkzaamheden: de talkingstick-sessies. Ook was er aandacht voor een lopend project: een E-Learning omgeving die we ontwikkelen in opdracht van de gemeente Rotterdam. Hieronder het bericht zoals geplaatst op openrotterdam.nl:


Rotterdam is een geweldige stad met veel diversiteit. Die diversiteit is een groot goed. Dit grote goed en de rijkdom aan kennis en ervaring die daaruit voortvloeit, moet volgens Karim Amghar gebruikt worden in positieve zin.

Door lesmateriaal, educatieve clips, foto’s en film in een e-learning omgeving te ontwikkelen, wil hij samen met zijn collega’s van ‘WijWijs,’ het gesprek op school, op straat en thuis op gang brengen, ondersteunen en faciliteren. Vaak zijn de gebeurtenissen in het nieuws, waaronder radicalisering, aanleiding om het gesprek om allerlei manieren uit de weg te gaan, simpelweg omdat men niet goed weet wat wel of niet te zeggen of er gewoonweg niet over wil praten.

Maar.. dat vergroot de maatschappelijke afstand tot elkaar. Karim ziet liever dat we de dialoog met elkaar aangaan en een belangrijk startpunt is het Rotterdamse onderwijs. Zijn e-learning module zal het onder andere makkelijker moeten maken voor docenten en studenten om met elkaar in gesprek te gaan op een veilige en respectvolle manier.

Aan de hand van een gezellige voetbalwedstrijd op zaterdagochtend illustreert Karim ons hoe zijn methodes werken. Lees hier het artikel in combinatie met de uitzending.

Radicale openheid

Een belangrijke vereiste in ­­­het bespreekbaar maken van radicaal gedachtegoed is openheid. Waarom is openheid belangrijk? Zonder openheid is toenadering moeilijk. En zonder toenadering is verandering (vrijwel) onmogelijk.

Te vaak gaan we als mens zijnde met anderen in gesprek om hen te overtuigen van ons gelijk. Binnen de preventieve aanpak van radicalisering is deze valkuil ook vaak terug te zien; de wens om mensen te overtuigen van het eigen standpunt. Hierbij gaat men met regelmaat voorbij aan het feit dat veel argumenten die aangedragen worden door jongeren met radicaal gedachtegoed gestoeld zijn op feitelijke constateringen betreffende de samenleving.

We zullen bereidwilligheid moeten tonen om naar deze constateringen/opvattingen, en de bijbehorende gevoelens, te luisteren. Wanneer er ruimte is om een opvatting te uitten, ongeacht wat die opvatting is, en er daadwerkelijk een luisterend oor is, ontstaat er ruimte voor dialoog. Vervolgens kan van daaruit een start worden gemaakt om inzicht te krijgen in de beweegredenen en emoties van de persoon tegenover je, en hoe deze positief te beïnvloeden. Vanuit WijWijs hanteren wij hiervoor de zogenoemde talkingstick methodiek.

In veel gevallen is; “zij begrijpen mij niet/zij luisteren niet”, een groot onderdeel van de frustratie die het gevoel van eenzaamheid aanwakkert en radicaal gedachtegoed nog verder versterkt. Het is zaak dat zij die werken met het thema radicaliseren inzien dat het niet slechts gaat om het verkondigen van de ideale situatie, maar dat zij de juiste handvatten aanreiken aan de doelgroep om zelf van inzicht te veranderen of zich weerbaar te maken tegen het vervallen in onwettige handelingen.

Immers: een extern opgelegde gedachte zal nooit zo sterk worden ervaren als een opvatting die men zichzelf, onder de juiste begeleiding, volledig eigen kan maken. Wees dus bereid te luisteren voordat je met praten wenst te beginnen.

Foto talkingsticky vanuit WijWijs ter illustratie.

Foto talkingstick-sessie vanuit WijWijs ter illustratie.

WijWijs gaat over de grens!

WijWijs geeft trainingen, maakt lesmateriaal en ontwikkeld apps voor het onderwijs in Nederland. Momenteel is WijWijs bezig met een uitbreiding richting België, Brussel om precies te zijn! Daar merken de onderwijzers dat er moeite is met het gesprek op gang te brengen over onderwerpen als Radicalisering en verbinding in de samenleving.

WijWijs is ingehuurd om trainingen te geven en lesmateriaal te ontwikkelen specifiek voor die scholen. Wij hebben er zin in! Wordt vervolgd..

wijwijs-tekst-rechts-notagline

Onderwijs, gemeentes en zorg en welzijn sluiten pact

 

Levien Rademaker

ARNHEM – De gemeentes Nijmegen en Arnhem, Rijn IJssel, Zorg en Welzijn en de Waalboog hebben maandag 9 mei het Zorg- en Welzijnspact Midden- en Zuid-Gelderland ondertekend. Doel van de samenwerking is de zorg dichter bij de mensen organiseren. Het pact kent 4 thema’s: Vroege signalering in de wijk, flexibel onderwijs in de wijk, de rol van professionals en vrijwilligers bij de wijkbewoner en het gebruik van technologie. Met het pact bundelen bewoners, gemeentes, werkgevers en opleiders van zorgverleners hun krachten.

‘Vrouwen in onderwijs verdienen stukken minder dan mannen’

Vrouwen verdienen per jaar gemiddeld nog altijd 1664 euro minder dan hun mannelijke collega’s. Daarmee heeft Nederland alsnog een relatief kleine loonkloof (5 procent). In de zorg sector en het onderwijs is er sprake van een grotere kloof tussen mannelijke en vrouwelijke salarissen, het verschil is hier 15 procent. Dat blijkt uit de jaarlijkse Loonwijzer/Monsterboard WageIndex, meldt Monsterboard.

Zowel voor het onderwijs als de zorg geldt dat deze sectoren gedomineerd worden door vrouwelijke medewerkers. Verrassend is het om die reden dat er hier nog altijd sprake is van een flinke salariskloof tussen beide seksen. Paulien Osse, directeur Stichting Loonwijzer: “Het is jammer dat er zo’n grote loonkloof is in de sectoren waar juist veel vrouwen werken, maar dit kan verschillende redenen hebben. Als de mannen in deze organisaties vooral bestuursfuncties bekleden en de vrouwen meer de uitvoerende en zorgende werkplekken invullen, dan is het begrijpelijk dat zij in andere functies ook een ander salaris verdienen. Maar veel vrouwen kiezen ook voor deze sectoren omdat er meer opties zijn om werk en gezin te combineren, zoals bijvoorbeeld korter werken. Dit betekent minder uren werken en dat levert natuurlijk minder geld op. Maar uiteindelijk ook minder kans op promotie en dus een lager salaris per uur.”

Naast de gezondheidszorg en het onderwijs, is er ook in de private sector sprake van loonkloven, bijvoorbeeld in de juridische sector (verschil van 11 procent), de financiële sector (ook 11 procent) en de ICT-branche (8 procent). Als je de ICT sector onder de loep neemt, is te zien dat vrouwen in de functie van IT technicus 9 procent meer verdienen dan mannen, maar als manager verdienen zij 10 procent minder. Mannelijke salesprofessionals in de ICT zijn het afgelopen jaar fors meer gaan verdienen. Zij gingen van 13,90 euro per uur omhoog naar 17,30 euro per uur in 2015. Maar vrouwen in dezelfde functie zijn maar 0,6 euro gestegen in uurloon. Door deze specifieke ontwikkeling is de loonkloof voor salesfuncties in de ICT in een jaar tijd van 6 procent naar 21 procent gegroeid. Vrouwen ontvingen in de ICT wel vaker een winstuitkering dan mannen; 13 procent van de vrouwen versus 8 procent van de mannen.

Bron: https://www.nationaleonderwijsgids.nl/docenten/nieuws/32944-vrouwen-in-onderwijs-verdienen-stukken-minder-dan-mannen.html

Mahmoud Tighadouini bij Pauw

Voormalig geradicaliseerde jongere doet zijn verhaal bij Pauw

Bij Pauw schoof woensdagavond de voormalig geradicaliseerde jongere, nu inmiddels dertig, Mahmoud Tighadouini  aan. Hij vertelt over zijn ervaringen en geeft inzicht in hoe het radicaliseringsproces enigszins verloopt. De omslag kwam voor hem, als 18-jarige jongen, na de aanslagen op de Amerikaanse World Trade center en het verhitte debat dat toen wereldwijd ontstond, ingeleid door Bush met de woorden ‘ben je voor of tegen ons’.

Volgens Mahmoud voelde het alsof hij een kant moest kiezen. Hij voelde zich aangevallen door de manier waarop de islam en mensen met een moslimachtergrond geframed werden en zocht heil in het geloof. Hij verdiepte zich in de religie om te ontdekken wat zijn achtergrond was, en kwam zodoende op verkeerde wegen terecht.

De ronselaars in de buurt – onder andere aangesloten bij Sharia4Belgium –  kregen Mahmoud in het vizier en indoctrineerden hem door middel van filmpjes van het leed in het Midden-Oosten. Zij pretendeerden islamgeleerden te zijn maar predikten enkel wraakzucht, haat en agressie richting het ‘kwade Westen’. De jihad en aanslagen zouden een afstraffing zijn voor de ongelovigen en de oorlog die zij voerden tegen hun ‘moslimbroeders’.

Ik ging me terugtrekken. Ik heb van mijn beste vriend – een Nederlandse jongen –  afstand genomen. Ik keerde me af tegen het Westen dat bezig was met mijn broeders en zusters te vermoorden. Ik voel me nu Nederlands maar toentertijd was het niet zo. Ik was de Nederlander in Marokko en de Marokkaan in Nederland . Ik wist niet wat ik was en ineens kwam er iemand die zei ‘je bent een moslim, dat is je identiteit’. Op een gegeven moment ga je mensen haten en zie je ze niet meer als mensen. Je creëert een vijandig beeld in je hoofd.

Mahmoud licht verder toe hoe je emoties door de ronselaars afgestompt worden en je tot een machine omgevormd wordt die enkel haat kan voelen voor het Westen en de westerling. Het keerpunt kwam toen hij in het ziekenhuis lag met lymfklierkanker en door Nederlandse chirurgen behandeld werd. Hij besefte dat hij door mensen van vlees en bloed gered werd en kon weer inzien dat de wereld niet zo zwart/wit in elkaar steekt als hij dacht. Vanuit dat punt duurde het deradicaliseren, wat een heel proces blijkt, een jaar of drie.

 

Bron: http://www.joop.nl/videos/voormalig-geradicaliseerde-jongere-doet-zijn-verhaal-bij-pauw

Toneelstuk moet IS op afstand houden

Toneelstuk moet IS op afstand houden

Veel leerkrachten hebben het liever over Duits of wiskunde dan over radicalisering. Daarom ging deze week Jihad de Voorstelling in première. Tienduizend middelbare scholieren gaan het theaterstuk dit jaar zien. En erover praten.

Hoofddoekjes, blonde knotjes, petjes en paarse pieken. Theater de Meervaart in Amsterdam stroomt maandag langzaam vol met scholieren. Iedereen is druk met zijn smartphone. Of met elkaar. Totdat acteurs Saman Amini, Majd Mardo en Chems Eddine Amar het podium oplopen. ‘Willen jullie je mobieltjes én je mond uitdoen?’

Inshallah

Terwijl de acteurs veranderen in de gamende, bankhangende vrienden Ben, Ismaël en Reda uit Almere, wordt het doodstil in de zaal.

‘Heb je de auto verkocht?’
‘Soort van.’
‘Wat soort van? Is-ie verkocht of niet?’
‘Inshallah.’

‘Jaja, inshallah, weet je, dat betekent ook: ik doe niet echt mijn best en als het niet lukt geef ik God de schuld. Als jij die auto niet verkoopt, hebben we geen geld voor vliegtickets.’

Kefirs afknallen

Die tickets hebben de drie hard nodig. Want ze voelen zich geen van allen thuis in Nederland. ‘Als een werkgever moet kiezen tussen Ruud en Reda, wordt het altijd Ruud’, zegt de fanatiek gelovige Ben.

Ze willen naar Syrië. Om kefirs (ongelovigen) af te knallen. ‘Maar eh… hoe herken je die eigenlijk?’ vraagt twijfelaar Ismaël zich af.

Trieste tocht

Wat volgt is een hilarische (‘Het lijkt wel of ik met fokking circus Renz op pad ben!’) en tegelijk trieste tocht naar Syrisch oorlogsgebied.

In de zaal wordt keihard gelachen, gejoeld en, tijdens het heftige slot, oorverdovend gezwegen. Na afloop krijgen de acteurs een enorm applaus.

Een kleurtje

Dan stapt Karim Amghar het podium op. De Rotterdamse docent omgangskunde gaat napraten met de leerlingen. Als hij vraagt wie zich, net als Reda, Ben en Ismaël, niét thuis voelt in Nederland, wordt er onrustig heen en weer geschoven.

Een stuk of tien mensen staan een beetje aarzelend op. ‘Ik voel me gediscrimineerd omdat ik een kleurtje heb’, zegt een jongen. ‘Dat vind ik jammer. Waarom kunnen we niet samen één zijn?’ Gejuich in de zaal.

Eindelijk gehoord

‘Dit soort gesprekken zijn geweldig’, vertelt Amghar na de voorstelling. ‘Het geeft jongeren de ruimte om gehoord te worden. Dat zorgt ervoor dat ze minder snel radicaliseren.’

Volgens de docent wordt er op school te weinig gepraat over onderwerpen als radicalisering. ‘Ik heb van collega’s gehoord dat ze het lastig vinden om over te beginnen. Sommigen melden zich zelfs ziek als er een aanslag gepleegd is. Terwijl praten toch echt de enige oplossing is.’

Van de buren

Jihad de Voorstelling is geschreven door Ismaël Saidi, een Belgische theatermaker van Marokkaanse afkomst. Hij werd zelf ooit geronseld voor de jihad en schreef er later een toneelstuk over. Dat werd een groot succes: in 2014 hebben tienduizenden Belgische jongeren de voorstelling gezien. In Nederland heeft de overheid geld in het project gestopt, zodat honderden scholen dit jaar gratis toegang en een lespakket krijgen.

Goede leraar kan radicalisering voorkomen

Door een hechte band met de docent voelen jongeren zich minder snel afgewezen door de maatschappij. Leraren kunnen een sleutelrol spelen bij de aanpak van radicalisering, met name bij jongeren met een lichte verstandelijke beperking.

Dat zegt onderzoeker Peer van der Helm donderdag in Trouw.

De jongeren zijn vaak ‘bang en boos tegelijk’. Van der Helm, lector aan het Expertisecentrum Jeugd van de Hogeschool Leiden, bracht vele uren door in klassen in het voortgezet speciaal onderwijs.

Vooral allochtone jongeren hebben meestal al een leven vol afwijzingen achter de rug. Ze komen uit gezinnen met schulden, een verslaving of andere problemen, met veel te kleine woningen, zodat ze vaak letterlijk op straat worden gezet.

Radicalisering in school tegengaan

– Een positief leerklimaat verkleint de kans dat kwetsbare jongeren radicaliseren. Docenten in het VSO spelen daarbij een sleutelrol, laat het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden zien op grond van nieuw onderzoek.

 

Momenteel is er veel bezorgdheid over radicalisering van jongeren en niet in de laatste plaats omdat radicale jongeren geweld in onze samenleving niet schuwen. Radicalisering is echter een breed begrip: jongeren kunnen extreme denkbeelden ontwikkelen richting geloof, maar ook richting misdaad, rechts-radicale of links-radicale denkbeelden. De oorzaken van radicalisering liggen vaak in een onderliggend gevoel bij jongeren van achterstelling, onheuse bejegening en boosheid.

Niet alleen gebrek aan kansen

Op 14 locaties van twee grote Amsterdamse schoolgemeenschappen voor voortgezet speciaal onderwijs is door het Expertisecentrum Jeugd van Hogeschool Leiden en de Universiteit van Amsterdam in maart 2015 onderzocht in hoeverre het klimaat in de klas samenhing met gevoelens van afwijzing door de maatschappij, crimineel gedrag en probleemgedrag als ongehoorzaamheid en agressiviteit. Jongeren in het VSO zijn vaak argwanend naar instanties, zowel de politie als naar hulpverleners om hen heen, omdat zij denken dat ze ‘hen moeten hebben’ en ‘toch niet echt willen helpen’.

Het gaat daarbij niet altijd om gebrek aan kansen, maar ook om het zichzelf uitsluiten van de maatschappij en het ontkennen van de rechtsstaat. Jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben door sociaal-emotionele en intellectuele problemen een grotere kans om niet mee te kunnen in de huidige maatschappij, waardoor zij hun identiteit sterker ontlenen aan groepen waartoe zij willen behoren. Zij zullen in hogere mate (radicale) ideeën en (criminele) cognities van rolmodellen overnemen.

Responsieve en ondersteunende houding

Op basis van de resultaten kan worden gesteld dat een responsieve en ondersteunende houding van de docent leidt tot een significante afname van de ervaren afwijzing van de maatschappij en criminele cognities. Het gevoel afgewezen te worden door de samenleving kan voor een gedeelte worden gecompenseerd door een responsieve opvoeding die het zelfvertrouwen van kinderen vergroot. Deze responsieve opvoeding geeft kinderen en risicojongeren het idee dat ze ‘gezien worden, erbij mogen horen en ertoe doen’. Een positieve relatie met de docent leidt tot minder gevoelens van afwijzing van de maatschappij en kan de jongeren daarbij een positiever toekomstperspectief bieden zonder radicalisering.

Deze resultaten sluiten aan bij het rapport ‘Twee werelden, twee werkelijkheden, hoe ga je daar als docent mee om?’ dat minister Bussemaker januari 2016 publiceerde. Europees onderzoek moet aantonen hoe radicalisering van jeugd kan worden voorkomen door een positief leerklimaat op middelbare scholen te creëren, breder dan alleen het VSO. Hogeschool Leiden gaat daartoe samen aan de slag met de Universiteit van Gent en de ESADA Business School (Barcelona).

Met Europese ondersteuning voor gezamenlijk onderzoek naar het voorkomen van radicalisering van jeugd in het middelbaar beroepsonderwijs willen zij dit nader uitwerken. De bedoeling is dat de onderwijsinstellingen door het uitwisselen van ‘good practices’ een totaalpakket kunnen presenteren waarmee (toekomstige) docenten/hulpverleners hun werk in de klas of op straat zo goed mogelijk kunnen uitoefenen. Barcelona kijkt daarbij vooral naar ervaringen rond conflicthantering en Leiden naar het thema van het leerklimaat.

Bron: http://www.scienceguide.nl/201603/radicalisering-in-school-tegengaan.aspx